Aanvulling c.q. rectificatie van mededelingen van het Finad-Bestuur d.d. 28-11-2007


Het Finad-Bestuur heeft op 27 november een mailing gestuurd aan alle Finad-leden met beschouwingen over de moties en kandidaat-bestuursleden van de Stichting Wakkere Accountant(SWA).
Naar aanleiding van diverse passages uit die mail heeft het SWA-Bestuur een mail gericht aan het Finad-Bestuur met kritische vragen, opmerkingen en mededelingen. Tot twee maal toe is gevraagd sommige passages en conclusies te rectificeren of aan te vullen. Hierop is geen andere reactie gekomen dan een verwijt over de toonzetting van de mail. Wij van de SWA zijn van mening dat het een vakgroepbestuur past om haar leden volledig en juist te informeren en haar conclusie te baseren op een deugdelijke grondslag. Het is daarom dat wij hier alle Finad-leden de gelegenheid willen geven, kennis te nemen van de punten in discussie.


      Het Finad-Bestuur noemt (Punt 6b - Verordeningen) als nadeel van de SWA-motie over het motierecht: Alleen de aanwezige leden zijn in staat zijn ter vergadering kennis te nemen van de motie en daarover te stemmen; de afwezige leden hebben een informatie-achterstand en zijn daardoor niet in staat hun mening over de motie d.m.v. hun (volmacht)stem te laten gelden? Idealiter voert het NIVRA bestuur voortdurend een dialoog met de achterban en is de ledenvergadering het sluitstuk van de governance-cyclus. Tijdens de vergadering zijn dan geen ingrijpende wijzigingen meer nodig.
Het SWA-Bestuur brengt het volgende naar voren: Het gaat hier in beginsel alleen om moties die een nieuw ontstane wil van de ledenvergadering naar voren brengen, waarover geen eerdere ledenraadpleging mogelijk was en die de voorzitter niet wenst te honoreren. Dat zullen meestal moties betreffen inzake de vergaderorde. In dit concrete geval bijv. heeft het bestuur van het Nivra de agendavolgorde voor 12-12-2007 nu zo gekozen, dat stemming over een alternatieve voorzitter en vice-voorzitter, laat staan personele uitbreiding van het bestuur niet eens wordt gefaciliteerd. Toch zijn alle leden daarover al lang geinformeerd. Dit voorbeeld geeft al aan dat de conclusie dat idealiter het Nivra-bestuur voortdurend een dialoog voert met de achterban en de ledenvergadering het sluitstuk is van de governance-cyclus, niet aansluit op de huidige werkelijkheid van Nivra.


      Het Finad-Bestuur noemt (Punt 7f - Benoemingen) drie nadelen van de benoeming van 10 extra bestuursleden
1. Dat dit zal kunnen leiden tot een tragere en onduidelijker besluitvorming.
Het SWA-Bestuur merkt op: Al eerder heeft de SWA aangegeven dat 10 extra leden voor het scheppen van een duidelijke meerderheid voor democratie en vernieuwing een duidelijke meerderheid in het Nivra-Bestuur tijdelijk noodzakelijk is. Dat lijk zo evident dat een conclusie zoals hierboven, o.i. niet passend is.
2. Dat de NIVRA-kerntaken m.b.t. de rol van de openbare accountant in het maatschappelijk verkeer kunnen te weinig aandacht gaan krijgen.
Het SWA-Bestuur merkt op: De conclusie dat Nivra kerntaken heeft m.b.t. de rol van de openbare accountant in het maatschappelijk verkeer, is geenszins evident en is strijdig met de belangen van accountants in business. Er is bijna geen sprake meer van zeggenschap van Nivra over het controlerende beroep. Die zeggenschap is door de AFM overgenomen. In Art. 3 van de Wet op de Registeraccountants lezen we alleen dat Nivra voor alle leden een goede beroepsuitoefening moet bevorderen en het gemeenschappelijk belang behartigen. De gedachte dat Nivra kerntaken heeft m.b.t. de rol van de openbare accountant was relevant in de jaren 60 maar niet meer anno 2007 met slechts een kleine minderheid controlerende accountants. De openbare accountants zijn daarnaast heel wel zelf in staat om hun betekenis aan het maatschappelijk verkeer duidelijk te maken. Zij worden daarin bijgestaan door de vakgroep Opak die alle vrijheid heeft (c.q. krijgt als kamer) om hun belangrijke rol te benadrukken. Het is al erg genoeg dat via Nivra het blazoen van de accountants in business is besmeurd door de boekhoudschandalen, waarbij de openbare accountants betrokken waren. Waarom moet Nivra blijven denken in opvattingen uit de jaren 60, waardoor via Nivra ook toekomstige misslagen van grote kantoren het blazoen van accountants in business kunnen blijven besmeuren?
3. Dat dit een afwijking is van de ingeslagen weg naar pluriformiteit en vooruit loopt op het rapport van de Commissie Schilder.
Het SWA-Bestuur merkt op: Openbare accountants zijn inderdaad collega's waarmee inhoudelijk moet worden samengewerkt en geen tegenstanders. Dat neemt niet weg dat uiteenlopende belangen en verschillen in een pluriforme organisatie beter aan het publiek duidelijk gemaakt moeten kunnen worden dan nu mogelijk is. Alle hoop vestigen op het rapport van de commissie Schilder begrijpen wij niet. Via de ontwerp-verordening op de ledenvergadering worden als de verordening wordt aangenomen - de leden en de ledenvergadering immers nog vergaander monddood gemaakt dan nu al het geval is. Die commissie levert vertraging op en kan alleen nog de put dempen als het kalf verdronken is. Van het Finad-Bestuur zou verwacht mogen worden dat het zich niet verzet tegen een kamerstructuur vanuit een deugdelijke en noodzakelijke behartiging van belangen.


      Het Finad-Bestuur noemt (Punt 8b - Vereenvoudiging regelgeving) als nadeel van de motie met het kleine SWA-amendement inzake de VGC: Het NIVRA zou afwijken van de internationale praktijk en regelgeving, omdat het werkgebied van openbaar accountants (assurance) meer omvat dan het afgeven van wettelijke verklaringen.
Het SWA-Bestuur brengt het volgende naar voren: De stelling dat met het voorgestelde VGC-amendement het Nivra zou afwijken van de internationale praktijk en regelgeving, omdat het werkgebied van openbaar accountants (assurance) meer omvat dan het afgeven van wettelijke verklaringen, stelt ons voor raadsels. Naar onze mening leidt het amendement juist tot een betere aansluiting op de internationale praktijk en regelgeving en brengt het daarnaast feitelijk de voordelen van de oude GBR-situatie voor accountants in business weer terug. Het is natuurlijk waar dat het werkgebied van openbaar accountants (assurance) meer omvat dan het afgeven van wettelijke verklaringen. Ook het werkgebied van accountants in business is echter veelomvattend en kan taken inhouden die overlappen met "assurance". Bij nauwkeurige bestudering van alle Ifac-regels valt aan de conclusie niet te ontkomen dat het begrip "audit" niet is gedefinieerd. Het kan dus alleen per organisatie ingevuld worden op grond van politieke machtsverhoudingen en specifieke behoeften van de respectievelijke organisaties. Verder kan iedereen zelf hier constateren dat geen enkele club van accountants in business binnen Ifac zich gebonden acht aan de IAASB-standaards (COS) en kwaliteitstoetsing en dat een brede overlap van activiteiten van openbaar accountants en accountants in business in dit schemergebied mogelijk is. Dat juist het Finad-Bestuur, dat de belangen van accountants in business wordt geacht te behartigen, deze misvattingen over internationale praktijk en regelgeving publiceert, is bijzonder onbevredigend.


      Het Finad-Bestuur noemt (Punt 9 - Kwaliteitsonderzoeken) als nadeel van de SWA-motie inzake de kwaliteitstoetsing op: Accountants in business zullen dan ook onderworpen zijn aan kwaliteitstoetsingen (in het voorstel van het NIVRA-bestuur wordt de toetsing beperkt tot niet-wettelijke assuranceopdrachten en samenstellingsopdrachten).
Het SWA-Bestuur merkt op: Dit genoemde nadeel is volstrekt onjuist. Het is een feit van algemene bekendheid dat SMO1 van Ifac kwaliteitstoetsingen alleen verlangt voor "audit"-activiteiten. Door de misvattingen van het Finad-Bestuur over internationale praktijk en regelgeving, is kwaliteitstoetsing van toepassing verklaard op alle accountants in business die met 'assurance' overlappende activiteiten uitvoeren.
Deze motie probeert alleen Nivra te belasten met de commercile taak om klachten van clinten zo goed mogelijk op te vangen, te voorkomen en daarbij, zeker bij herhaling, zonodig kan voorstellen aan tenminste drie collega's uit dezelfde vakgroep om coachend op te treden en zonodig tuchtrechtelijke maatregelen voor te stellen. Het lijkt ons dat ieder weldenkend Finad-lid zich daarin zou kunnen vinden. Het is ook duidelijk dat dit niets met het gebruikelijke begrip kwaliteitsonderzoek heeft te maken zoals door Nivra wordt voorgesteld. Het is juist door misvattingen van Finad-Bestuur over internationale praktijk en regelgeving dat accountants in business geplaagd zullen worden door die kwaliteitsonderzoeken voorzover deze met "assurance" overlappende activiteiten uitvoeren.


      Het Finad-Bestuur noemt (Punt 11 - Recht van initiatief) als nadeel van de SWA-motie over het recht van inititief: Als de agendapunten vlak voor de betreffende ledenvergadering worden ingediend, kunnen alleen de ter vergadering aanwezige leden kennis te nemen van de extra agendapunten en daarover stemmen; de afwezige leden hebben een informatie-achterstand.
Het SWA-Bestuur brengt het volgende naar voren: De conclusie dat agendapunten vlak voor de betreffende ledenvergadering ingediend kunnen worden en daardoor de afwezige leden een informatie-achterstand krijgen moet op een ernstig misverstand berusten. De Wet op de Registeraccountants schrijft nu eenmaal voor dat meer dan 40 leden agendapunten voor een "bijzondere" ledenvergadering bijeen kunnen roepen en geeft het bestuur een maand de tijd daarover te beslissen. In tegenstelling tot de huidige praktijk bij Nivra zal een democratisch bestuur bij ontvangst van een dergelijk verzoek, dit z.s.m. ter kennis brengen aan alle leden. Verder schrijft de wet nog andere maatregelen voor die het een democratisch bestuur onmogelijk maken om afwezige leden een informatie-achterstand te bezorgen.


      Het Finad-Bestuur noemt (Punt 12 - Instelling van vakgroepen) twee nadelen op:
Het SWA-Bestuur wijst op het volgende: Er is door alle Finad-Besturen bijna 10 jaar gevochten om een kamerstructuur gerealiseerd te krijgen. Er zijn daarover in het verleden zelfs concrete toezeggingen aan het toenmalige Finad-Bestuur gedaan. Daarom alleen al zijn deze beweringen volstrekt onbegrijpelijk.
1. Versplintering en slechtere governancestructuur door het fors toenemende aantal vakgroepen en NIVRA-bestuursleden.
Het SWA-Bestuur merkt op: Het Finad-Bestuur verwacht versplintering en een slechtere governancestructuur door het fors toenemende aantal vakgroepen en Nivra-bestuursleden maar dat wordt niet onderbouwd en lijkt uit de lucht gegrepen. Niemand heeft ooit structureel een groter aantal NIVRA-bestuursleden bepleit, waardoor die conclusie in ieder geval onjuist is. Alleen de toekomst zal leren of er meer vakgroepen komen. Veel Finad-leden zien hun titel vooral als opleidingstitel en zullen mogelijk voor geen enkele vakgroep kiezen. Meer dan 100 soortgelijke collega's bij elkaar brengen in een functionerende democratische structuur is ook niet zo eenvoudig. De conclusie over het fors toenemende aantal vakgroepen, is dus op zijn zachtst gezegd voorbarig. De bovenstaande conclusie over versplintering en slechtere governancestructuur zijn verder niet onderbouwd.
2. Hogere kosten van het NIVRA-bureau ter ondersteuning van een groter aantal kleine vakgroepen; mogelijk hogere contributie noodzakelijk.
Het SWA-Bestuur merkt op: De conclusie dat dit hogere kosten van het Nivra-Bureau ten gevolge heeft, vereist een nadere onderbouwing. De vakgroepen zullen volledig zelfstandig functioneren. Het Nivra-Bureau is alleen nog nodig voor de minimale kerntaken van het Nivra voorzover van belang en noodzakelijk voor alle leden van alle vakgroepen, zoals het bijhouden van het register. De bewering dat daardoor het Nivra-Bureau ongeremd kan blijven groeien en bloeien zoals tot nu toe het geval was, verdient derhalve een herbezinning.


      Het Finad-Bestuur noemt (Punt 13 - Permanente educatie (PE)) twee nadelen van de SWA-motie inzake PE
1. Meer vrijheid en lagere verificatie-eisen kunnen leiden tot ongelijkheid in de eisen aan accountants.
Het SWA-Bestuur merkt het volgende op: Er is geen discussie mogelijk dat iedere accountant de dure plicht heeft zijn kennis voortdurend bij te houden. Kennis is echter alleen relevant op enig moment in enigerlei omgeving. Momenten en omgevingen wisselen voortdurend. Het is daarom een ernstige misvatting van het Finad-Bestuur om punten tellen gelijk te stellen met kennis verwerven en bijhouden en vervolgens te concluderen dat minder punten tellen leidt tot ongelijkheid onder accountants.
2. Het doel van PE wordt niet bereikt (= het actueel houden van de kennis van elke registeraccountant).
Het SWA-Bestuur merkt het volgende op: De conclusie dat het doel van PE niet wordt bereikt (= het actueel houden van de kennis van elke registeraccountant), vereist nadere toelichting. De indieners van het voorstel zijn van mening dat daarmee het doel juist beter wordt bereikt. Waarom zou Ifac dit systeem anders hebben toegelaten? Deze conclusie vereist in ieder geval een nadere onderbouwing en argumentatie. De conclusie dat de motie ten onrechte meldt dat het outputsysteem wordt voorgeschreven door IFAC, is onjuist. Dat staat er helemaal niet. IFAC laat twee systemen toe: punten tellen en output.



Mailing Finad-Bestuur d.d. 27 november 2007 aan alle Finad-leden.

 

Subject: BELANGRIJKE LEDENVERGADERING NIVRA

From: "Controllers Instituut" <ci@ci.nl>

 

To: "Controllers Instituut" <ci@ci.nl>

 

Geacht FINAD-lid,

 

Drastische veranderingen binnen het NIVRA. Moet ik daarbij betrokken zijn?

Wil je rechtmatig invloed kunnen uitoefenen, KOM dan op 12 december naar de algemene ledenvergadering of geef een VOLMACHT, zie http://www.nivra.nl/Downloads/Instructie_volmachtverlening_stemmen_bij_volmacht.pdf.

Het verlenen van een volmacht is eenvoudig. Mocht je er toch niet uitkomen, neem dan contact op met Lucas Geusebroek of Edwin Bolten, telefoon 020 301 03 14.

In aanvulling op ons bericht aan de FINAD-leden van 5 november (zie http://www.ci.nl/nieuws/finad_5_2007.asp), willen wij als FINAD-bestuur onze overwegingen geven m.b.t. een aantal agendapunten:

Punt 5  Ontwerpcontributieverordening

Samenvatting: Verhoging van de contributie voor accountants in business conform de stijging van de consumentenprijsindex met 1,1%  tot 505.

Punt 6b -  Verordeningen

Samenvatting motie: Wanneer een lid tijdens de behandeling van een agendapunt een motie indient, is de voorzitter verplicht om die in stemming te brengen
Voordeel: De leden kunnen gestructureerder de mening peilen over tijdens de vergadering ingebrachte aanpassingsvoorstellen m.b.t. het agendapunt. Dit bevordert de snelheid.
Nadeel: Alleen de aanwezige leden zijn in staat zijn ter vergadering kennis te nemen van de motie en daarover te stemmen; de afwezige leden hebben een informatie-achterstand en zijn daardoor niet in staat hun mening over de motie d.m.v. hun (volmacht)stem te laten gelden. Idealiter voert het NIVRA bestuur voortdurend een dialoog met de achterban en is de ledenvergadering het sluitstuk van de governance-cyclus. Tijdens de vergadering zijn dan geen ingrijpende wijzigingen meer nodig.

Punt 7b - Verkiezing bestuursleden
In de FINAD-berichten van januari, februari, april en juli zijn alle accountants in business uitgenodigd voor deelname aan besturen en commissies; hierop hebben bijna 30 leden gereageerd. Na een zorgvuldig selectieproces heeft het FINAD-bestuur als kandidaat voor het NIVRA-bestuur voorgedragen: Hans Huisman, registeraccountant sinds 1998. Na zijn carrire als Manager bij KPMG Accountants is hij vanaf december 2003 Financieel Manager bij De Open Ankh, een stichting voor dienstverlening in de gezondheidszorg. Zijn kandidatuur maakt het mogelijk de non-profit-sector van FINAD een stem te geven in het NIVRA-bestuur, alsmede de vertegenwoordiging van FINAD-leden in het NIVRA-bestuur te vergroten (van 1 naar 2 leden).

Punt 7f -  Benoemingen
Samenvatting motie: De samenstelling van het ledenbestand weerspiegelen in het NIVRA-bestuur door hetzij aftreden van Big4-bestuursleden danwel uitbreiding van het aantal bestuursleden door de benoeming van 10 extra door SWA voorgestelde kandidaten (huidige situatie OPAK-6, FINAD-1, OVAC-1, INTAC-1).
Voordeel:  De relatief grote vertegenwoordiging van de grote kantoren in het NIVRA-bestuur wordt verminderd.

Nadeel: 1) De voorgestelde verkiezing van 10 extra bestuursleden zal kunnen leiden tot een tragere en onduidelijker besluitvorming. Wij constateren dat daaronder 7 FINAD-leden zijn, die zich niet bij ons hebben gemeld n.a.v. de onder punt 7b genoemde uitnodigingen, en daarom niet in ons zorgvuldige selectieproces zijn betrokken;
2) De NIVRA-kerntaken m.b.t. de rol van de openbare accountant in het maatschappelijk verkeer kunnen te weinig aandacht gaan krijgen;

3) Dit voorstel is een afwijking van de ingeslagen weg naar pluriformiteit en loopt vooruit op het rapport van de Commissie Schilder. Wij geven er de voorkeur aan de aanbevelingen van deze commissie af te wachten. Wij benadrukken dat het FINAD-bestuur kiest voor pluriformiteit en niet voor een NIVRA-governance die puur op getalsmatige verhoudingen is gebaseerd. Wij zien openbaar accountants niet als tegenstanders, maar als collega's waarmee wij inhoudelijk samenwerken binnen een beroepsvereniging.

Punt 8b -  Vereenvoudiging regelgeving

Samenvatting motie: De VGC aanpassen (betere definitie 'openbaar accountant', strijdigheid met wetgeving opheffen).
Voordeel: Lastenverlichting voor samenstellende en adviserende accountants.

Nadeel: Het NIVRA zou afwijken van de internationale praktijk en regelgeving, omdat het werkgebied van openbaar accountants (assurance) meer omvat dan het afgeven van wettelijke verklaringen.
 

Punt 9 -  Kwaliteitsonderzoeken

Samenvatting motie: De AFM voert sinds kort zelfstandig de kwaliteitscontroles uit op wettelijke opdrachten. Daarom per direct de Verordening op de Kwaliteitstoetsing vervangen door een Verordening die via het Klachteninstituut algemene toetsingen laat uitvoeren voor alle registeraccountants.
Voordeel: De gedeeltelijke financiering van de toetsingskosten (namelijk de 400.000 euro bureaukosten) in het NIVRA-voorstel vervalt, want alle toetsingskosten worden doorberekend aan de getoetste organisatie.
Nadeel: Accountants in business zullen dan ook onderworpen zijn aan kwaliteitstoetsingen (in het voorstel van het NIVRA-bestuur wordt de toetsing beperkt tot niet-wettelijke assuranceopdrachten en samenstellingsopdrachten).


Punt 11 - Recht van initiatief
Samenvatting motie: Door leden voorgestelde agendapunten moeten op de eerstvolgende ALV worden behandeld, als minimaal 40 leden dit willen.
Voordeel: Leden hebben hierdoor meer invloed op de agenda.
Nadeel:  Als de agendapunten vlak voor de betreffende ledenvergadering worden ingediend, kunnen alleen de ter vergadering aanwezige leden kennis te nemen van de extra agendapunten en daarover stemmen; de afwezige leden hebben een informatie-achterstand.

Punt 12 - Instelling van vakgroepen
Samenvatting motie: Minstens 100 leden kunnen een eigen vakgroep oprichten, die specifieke regelgeving ontwikkelt, de contributiehoogte vaststelt, de middelen beheert, in het NIVRA-bestuur vertegenwoordigd is en het NIVRA slechts voor de basale kerntaken betaalt.
Voordeel: 1) Gerichtere dienstverlening aan de leden;
2) Leden kunnen zich meer betrokken voelen bij hun vakgroep.
Nadeel: 1) Versplintering en slechtere governancestructuur door het fors toenemende aantal vakgroepen en NIVRA-bestuursleden;
2) Hogere kosten van het NIVRA-bureau ter ondersteuning van een groter aantal kleine vakgroepen; mogelijk hogere contributie noodzakelijk.

Punt 13 - Permanente educatie (PE)
Samenvatting motie: Conform de IFAC-eisen het outputsysteem toepassen (d.w.z. de betrokkene bepaalt zelfstandig welke hoeveelheid en soort permanente educatie hij nodig heeft om zijn vakkenis op peil te houden).

Voordeel: Minder nadruk op bureaucratie, externe cursussen en minimale vereisten.
Nadeel: 1) Meer vrijheid en lagere verificatie-eisen kunnen leiden tot ongelijkheid in de eisen aan accountants;

2) Het doel van PE wordt niet bereikt (= het actueel houden van de kennis van elke registeraccountant).

Ten onrechte meldt de motie dat het outputsysteem wordt voorgeschreven door IFAC. Een outputsysteem kan nuttig zijn, nadat eerst enkele jaren ervaring is opgedaan met de huidige systematiek, waarbij voor alle leden dezelfde eisen gelden.

 

Tenslotte willen wij je aandacht vestigen op de brief van Willem van Wijngaarden van 13 november, zie http://www.nivra.nl/Downloads/Brief_leden_ALV_web.pdf.

 

Mocht je vragen hebben, dan kun je contact opnemen met ons of een e-mail sturen aan l.geusebroek@nivra.nl. Hopelijk tot 12 december, want "waar je niet bent, word je niet gewassen".

 

Met vriendelijke groet,


Bestuur van FINAD:

Henny Kapteijn
John Boers
Arie Brienen
Gabriel van de Luitgaarden
Adri Ruis
Floris Waller
Lucas Geusebroek (secretaris)

 

 Deze mail is bericht nr. 6 2007 aan de FINAD-leden van het NIVRA